(Waar hij/ hem/ man staat kan ook zij/ haar/ vrouw gelezen worden)
Wat is AD(H)D
(Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder)
LET OP
In de vorige DSM IV (voor 2013) werd ADD gezien als een aparte diagnose. Sinds de DSM V (2013) valt ADD als een subtype onder de diagnose AD(H)D. Omdat medicatie alleen vergoed wordt door de verzekeringsmaatschappij wanneer de diagnose als zodanig vermeld staat in de DSM, krijgen ook mensen met ADD of een combinatie van ADD en ADHD de diagnose AD(H)D.
De diagnose AD(H)D kan, zonder een juiste uitleg hiervan, voor clienten met ADD of een combinatie, heel verwarrend zijn. Zij worden dan gediagnosticeerd met AD(H)D, terwijl zij zeggen dat ze helemaal niet hyperactief zijn. De uitleg ontbreekt dan; dat ze de diagnose AD(H)D hebben, met als subtype ADD of een combinatie van ADHD en ADD (waarbij de H dan voornamelijk in het hoofd zit). Zie hieronder de wetenschappelijke indeling van AD(H)D.
Wetenschap
De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een handboek voor psychische stoornissen dat wereldwijd wordt gebruikt door zorgprofessionals, zoals psychiaters en psychologen, om diagnoses te stellen. Wanneer een diagnose in de DSM vermeld staat dan wordt de eventuele benodigde medicatie vergoed door de meeste verzekeringsmaatschappijen. De DSM wordt eens in de zoveel jaren opnieuw opgesteld.
Wetenschappers zijn het nog steeds niet met elkaar eens over hoeveel varianten er precies zijn. Dit komt doordat er nog allerlei onderzoeken plaatsvinden waaruit nieuwe gegevens worden verzameld. Ook is duidelijk geworden dat niet iedere persoon met AD(H)D van elk symptoom last heeft, of in dezelfde mate.
De algemene indeling die men in de DSM V gebruikt:
- Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) = ADHD-H (Hyperactive/ Impulsive): Hierbij is sprake van een lichamelijke onrust, waarbij men het liefst wil bewegen of iets wil doen met handen of voeten.
- Aandachtstekortstoornis zonder hyperactiviteit (ADD) = ADHD-I (Inattentive): Bij deze variant valt er geen lichamelijke onrust waar te nemen, hierbij is de ‘onoplettendheid’ iets wat zeer naar voren komt.
- Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit, oftewel het ADHD gecombineerde type = ADHD-C (Combined): Hierbij is sprake van zowel hyperactief (vnl. onrust in het hoofd ) als impulsief én onoplettend zijn! De hyperactiviteit hoeft niet altijd zichtbaar te zijn voor anderen (ADD), men is dan vooral erg druk in het hoofd.
Dat een volwassene AD(H)D kan hebben, is iets wat steeds bekender wordt binnen onze samenleving. Het blijkt niet alleen bij kinderen voor te komen en een stoornis te zijn ‘waar je overheen kunt groeien’. AD(H)D betekent: Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder, oftewel aandachtstekortstoornis (met hyperactiviteit). Hyperactivity of hyperactiviteit staat tussen haakjes, omdat hyperactiviteit niet in elke verschijningsvorm aanwezig hoeft te zijn. Om kenbaar te maken dat het een volwassene betreft met deze stoornis wordt er tegenwoordig een ‘A’ achter gezet, wat voor ‘adult’ staat. Mijns inziens zou de naam 'aandachts-regulatiestoornis' (i.p.v. aandachtstekortstoornis) beter aangeven wat er aan de hand is bij mensen met AD(H)D.
Er is één hoofdprobleem aan te wijzen, namelijk het onvermogen om aandacht en gedrag consistent vast te houden.
Verondersteld wordt dat de hersenen van mensen met AD(H)D anders functioneren dan bij mensen zonder AD(H)D. Mensen met AD(H)D hebben een enorme gedachtestroom waardoor ze dromerig of ongeïnteresseerd kunnen overkomen op andere mensen. Door deze gedachtestroom kunnen ze zich moeilijk concentreren op de voor het specifieke moment relevante zaken. Het ‘filter’ dat relevante van irrelevante zaken scheidt, werkt minder goed. Veel mensen met AD(H)D hebben, wanneer iets ze niet echt interesseert of pakt, moeite met zichzelf te motiveren net als met het volhouden en afronden van zaken.
Diagnose AD(H)D
In tegenstelling tot de diagnose ADHD is bij veel volwassenen met ADD de diagnose AD(H)D in de kindertijd niet gesteld. Sommigen herkennen de diagnose ADD pas wanneer ADD, ADHD of ASS, bij één van hun kinderen is gesteld. Anderen komen op het spoor van ADD door middel van gesprekken met anderen, door een partner die signaleert dat er iets niet klopt, of door openbare bronnen, zoals bijvoorbeeld internet.
Er is geen eenduidige test voor ADD. De diagnose ADD (AD(H)D) wordt meestal gesteld op basis van een gestructureerde vragenlijst en een concentratietest. Er kunnen, indien wenselijk, ook familieleden of andere direct betrokkenen uitgenodigd voor een interview. De uitkomst van de vragenlijst en de gesprekken moeten helderheid geven over ADD (AD(H)D). Het onderzoek en de diagnostiek worden over het algemeen uitgevoerd door een psychiater of een psycholoog. Voor het stellen van de diagnose ADD (subtype van AD(H)D) worden de specifieke DSM IV criteria van AD(H)D gebruikt, exclusief hyperactiviteit.
DSM IV criteria van ADD
- Snel afgeleid door dingen en geluiden die niet belangrijk zijn voor de zaak waar men mee bezig is, bijvoorbeeld door mensen die elders aan het werk zijn.
- Moeite met plannen en organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld werk of taken.
- Problemen met het voltooien van taken en tijdig klaar zijn.
- Niet goed concentreren op details en hierdoor slordigheidsfouten maken.
- Zeer vaak moeite met het volgen van uitleg en daardoor dingen missen.
- Vaak zaken vergeten en verliezen, bijvoorbeeld sleutels, geld, of materiaal dat nodig is om een opdracht uit te voeren.
Een moeilijkheid met de criteria is, dat men ervan uitgaat dat deze klachten aanwezig dienen te zijn in alle leefgebieden zoals wonen, werken of in andere situaties waarbij de omgeving bepaalde eisen stelt. Een ander punt is, dat men veronderstelt dat de symptomen al in de eerste zeven levensjaren aanwezig zijn. Ze zijn bij mensen met ADD in de kleutertijd lang niet altijd onderkend.
Vooral bij volwassenen die in de jaren zeventig in een tolerante omgeving zijn opgegroeid, zorgden aandachtstekort- en concentratie- stoornissen niet altijd voor grote problemen. Daarom worden ze bij een standaard onderzoek soms moeilijk herkend. Bovendien zijn de ouders die betrokken worden bij zo'n onderzoek vaak al op een respectabele leeftijd en is hun informatie niet altijd eenduidig en nauwkeurig. Aangezien ADD in ongeveer 80% van de gevallen een gevolg is van erfelijke belasting, is de kans groot dat één van de ouders zelf AD(H)D (of soms autisme) heeft. Dit betekent dat in het gezin van herkomst, afwijken van de algemene norm niet altijd als een probleem werd ervaren.
Klik hier voor een overzicht van kenmerken van AD(H)D bij volwassenen
Vormen van begeleiding
- Medicijnen als o.a. Ritalin, Concerta en antidepressiva (door een daartoe bevoegde arts of psychiater voorgeschreven en begeleidt), in combinatie met coaching.
- Specialistische coaching/ counselling/ begeleiding bij het managen van gedrag, sociale vaardigheden en het aanbieden van verschillende tools.
- Voeding zou volgens sommige behandelaars een positieve invloed kunnen hebben op de symptomen.