(Waar hij/ hem/ man staat kan ook zij/ haar/ vrouw gelezen worden)

Wat is AD(H)
(Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder) 

LET OP

In de vorige DSM IV (voor 2013) werd ADD gezien als een aparte diagnose. Sinds de DSM V (2013) valt ADD als een subtype onder de diagnose AD(H)D. Omdat medicatie alleen vergoed wordt door de verzekeringsmaatschappij wanneer de diagnose als zodanig vermeld staat in de DSM, krijgen ook mensen met ADD of een combinatie van ADD en ADHD de diagnose AD(H)D.

De diagnose AD(H)D kan, zonder een juiste uitleg hiervan, voor clienten met ADD of een combinatie, heel verwarrend zijn. Zij worden dan gediagnosticeerd met AD(H)D, terwijl zij zeggen dat ze helemaal niet hyperactief zijn. De uitleg ontbreekt dan; dat ze de diagnose AD(H)D hebben, met als subtype ADD of een combinatie van ADHD en ADD (waarbij de H dan voornamelijk in het hoofd zit). Zie hieronder de wetenschappelijke indeling van AD(H)D.

Wetenschap

De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een handboek voor psychische stoornissen dat wereldwijd wordt gebruikt door zorgprofessionals, zoals psychiaters en psychologen, om diagnoses te stellen. Wanneer een diagnose in de DSM vermeld staat dan wordt de eventuele benodigde medicatie vergoed door de meeste verzekeringsmaatschappijen. De DSM wordt eens in de zoveel jaren opnieuw opgesteld.

Wetenschappers zijn het nog steeds niet met elkaar eens over hoeveel varianten er precies zijn. Dit komt doordat er nog allerlei onderzoeken plaatsvinden waaruit nieuwe gegevens worden verzameld. Ook is duidelijk geworden dat niet iedere persoon met AD(H)D van elk symptoom last heeft, of in dezelfde mate.

De algemene indeling die men in de DSM V gebruikt:

  • Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) = ADHD-H (Hyperactive/ Impulsive): Hierbij is sprake van een lichamelijke onrust, waarbij men het liefst wil bewegen of iets wil doen met handen of voeten.
  • Aandachtstekortstoornis zonder hyperactiviteit (ADD) = ADHD-I (Inattentive): Bij deze variant valt er geen lichamelijke onrust waar te nemen, hierbij is de ‘onoplettendheid’ iets wat zeer naar voren komt.
  • Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit, oftewel het ADHD gecombineerde type = ADHD-C (Combined): Hierbij is sprake van zowel hyperactief (vnl. onrust in het hoofd ) als impulsief én onoplettend zijn! De hyperactiviteit hoeft niet altijd zichtbaar te zijn voor anderen (ADD), men is dan vooral erg druk in het hoofd.

Dat een volwassene AD(H)D kan hebben, is iets wat steeds bekender wordt binnen onze samenleving. Het blijkt niet alleen bij kinderen voor te komen en een stoornis te zijn ‘waar je overheen kunt groeien’. AD(H)D betekent: Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder, oftewel aandachtstekortstoornis (met hyperactiviteit). Hyperactivity of hyperactiviteit staat tussen haakjes, omdat hyperactiviteit niet in elke verschijningsvorm aanwezig hoeft te zijn. Om kenbaar te maken dat het een volwassene betreft met deze stoornis wordt er tegenwoordig een ‘A’ achter gezet, wat voor ‘adult’ staat. Mijns inziens zou de naam 'aandachts-regulatiestoornis' (i.p.v. aandachtstekortstoornis) beter aangeven wat er aan de hand is bij mensen met AD(H)D. 

Er is één hoofdprobleem aan te wijzen, namelijk het onvermogen om aandacht en gedrag consistent vast te houden.

Verondersteld wordt dat de hersenen van mensen met AD(H)D anders functioneren dan bij mensen zonder AD(H)D. Mensen met AD(H)D hebben een enorme gedachtestroom waardoor ze dromerig of ongeïnteresseerd kunnen overkomen op andere mensen. Door deze gedachtestroom kunnen ze zich moeilijk concentreren op de voor het specifieke moment relevante zaken. Het ‘filter’ dat relevante van irrelevante zaken scheidt, werkt minder goed. Veel mensen met AD(H)D hebben, wanneer iets ze niet echt interesseert of pakt, moeite met zichzelf te motiveren net als met het volhouden en afronden van zaken.


Diagnose AD(H)D

In tegenstelling tot de diagnose ADHD is bij veel volwassenen met ADD de diagnose AD(H)D in de kindertijd niet gesteld. Sommigen herkennen de diagnose ADD pas wanneer ADD, ADHD of ASS, bij één van hun kinderen is gesteld. Anderen komen op het spoor van ADD door middel van gesprekken met anderen, door een partner die signaleert dat er iets niet klopt, of door openbare bronnen, zoals bijvoorbeeld internet.

Er is geen eenduidige test voor ADD. De diagnose ADD (AD(H)D) wordt meestal gesteld op basis van een gestructureerde vragenlijst en een concentratietest. Er kunnen, indien wenselijk, ook familieleden of andere direct betrokkenen uitgenodigd voor een interview. De uitkomst van de vragenlijst en de gesprekken moeten helderheid geven over ADD (AD(H)D). Het onderzoek en de diagnostiek worden over het algemeen uitgevoerd door een psychiater of een psycholoog. Voor het stellen van de diagnose ADD (subtype van AD(H)D) worden de specifieke DSM IV criteria van AD(H)D gebruikt, exclusief hyperactiviteit.

DSM IV criteria van ADD

  • Snel afgeleid door dingen en geluiden die niet belangrijk zijn voor de zaak waar men mee bezig is, bijvoorbeeld door mensen die elders aan het werk zijn.
  • Moeite met plannen en organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld werk of taken.
  • Problemen met het voltooien van taken en tijdig klaar zijn.
  • Niet goed concentreren op details en hierdoor slordigheidsfouten maken.
  • Zeer vaak moeite met het volgen van uitleg en daardoor dingen missen.
  • Vaak zaken vergeten en verliezen, bijvoorbeeld sleutels, geld, of materiaal dat nodig is om een opdracht uit te voeren.

Een moeilijkheid met de criteria is, dat men ervan uitgaat dat deze klachten aanwezig dienen te zijn in alle leefgebieden zoals wonen, werken of in andere situaties waarbij de omgeving bepaalde eisen stelt. Een ander punt is, dat men veronderstelt dat de symptomen al in de eerste zeven levensjaren aanwezig zijn. Ze zijn bij mensen met ADD in de kleutertijd lang niet altijd onderkend. 

Vooral bij volwassenen die in de jaren zeventig in een tolerante  omgeving zijn opgegroeid, zorgden aandachtstekort- en concentratie- stoornissen niet altijd voor grote problemen. Daarom worden ze bij een standaard onderzoek soms moeilijk herkend. Bovendien zijn de ouders die betrokken worden bij zo'n onderzoek vaak al op een respectabele leeftijd en is hun informatie niet altijd eenduidig en nauwkeurig. Aangezien ADD in ongeveer 80% van de gevallen een gevolg is van erfelijke belasting, is de kans groot dat één van de ouders zelf AD(H)D (of soms autisme) heeft. Dit betekent dat in het gezin van herkomst, afwijken van de algemene norm niet altijd als een probleem werd ervaren.

Klik hier voor een overzicht van kenmerken van AD(H)D bij volwassenen

Vormen van begeleiding 

  • Medicijnen als o.a. Ritalin, Concerta en antidepressiva (door een daartoe bevoegde arts of psychiater voorgeschreven en begeleidt), in combinatie met coaching.
  • Specialistische coaching/ counselling/ begeleiding bij het managen van gedrag, sociale vaardigheden en het aanbieden van verschillende tools.
  • Voeding zou volgens sommige behandelaars een positieve invloed kunnen hebben op de symptomen. 

AD(H)D

Niet iedereen met of zonder AD(H)D is hetzelfde, zo heeft ook niet iedere persoon met AD(H)D dezelfde kenmerken. Mensen met AD(H)D hebben vaak veel humor en zijn over het algemeen voor de buitenwereld vriendelijk en prettig in de omgang. Zij willen graag aardig gevonden worden. Daarbij kunnen zij bijzondere vaardigheden bezitten met betrekking tot het snel combineren van informatie en indrukken, probleemoplossend denken, creativiteit en ruimtelijk inzicht. Zij kunnen in bepaalde situaties hyperfocussen; zij zijn dan extreem geconcentreerd en zich niet bewust van wat er om zich heen gebeurt. Dit hoge concentratieniveau kan leiden tot het ontwikkelen van uitzonderlijke talenten. Omdat veel mensen met AD(H)D een hogere prikkel-drempel hebben, zullen ze in bepaalde risicovolle en crisissituaties alerter en beter functioneren, terwijl bij andere mensen de kans op disfunctioneren dan juist toeneemt.

Ook zijn er overeenkomsten bij mensen met AD(H)D, zoals; snel afgeleid, rusteloosheid, uitstelgedrag en impulsiviteit. Kenmerkend voor een aantal mensen met AD(H)D is het hebben van stemmingswisselingen, net als slaapproblemen, vergeetachtigheid, ongeorganiseerdheid, grenzeloosheid, niet omgevingsbewust zijn, een ander tijdsbesef en moeite met het onderhouden van sociale contacten. Ook partner- relatieproblemen komen veelvuldig voor bij relaties waarin AD(H)D aanwezig is bij één of beide partners, net als problemen met het handhaven van hun werk. Verder zijn mensen met AD(H)D vaak overgevoelig voor geluids- en beeldimpulsen.

In grotere groepen kunnen zij moeite hebben om zich te concentreren op één gesprek, omdat zij zich dan ongewild blijven focussen op alle gesprekken die gaande zijn. Zij beschrijven dit soms als "het luisteren naar een gesprek op de radio, terwijl de uitzending gepaard gaat met heel veel ruis". 

AD(H)D komt bij mannen vaker voor dan bij vrouwen.

Hyperfocus

De chaos, slordigheid en dromerigheid betekenen niet dat iemand die AD(H)D heeft dom is. Met de intelligentie is niets mis, deze werkt alleen anders. AD(H)D heeft tot gevolg dat iemand, op een andere manier leert, interpreteert, herinnert, denkt, waarneemt en oplossingen bedenkt. Ondanks dat een concentratiestoornis heel vervelend is, kent deze stoornis ook voordelen. Zo kan iemand zich, wanneer ergens grote interesse voor is, hyper- focussen. Dat kan voor bovengemiddelde prestaties zorgen. Daarnaast kunnen mensen met AD(H)D, wanneer er voldoende tijd en rust is om de informatie te verwerken en op te nemen, creatief en leergierig zijn.

Oorzaak AD(H)D

AD(H)D bestaat uit een verzameling van specifieke persoonlijkheidskenmerken met een grotendeels erfelijke oorzaak. Het is geen karaktertrek of opvoedingsfout. AD(H)D wordt door wetenschappers als een neurobiologische stoornis beschouwd: Er zijn steeds sterkere aanwijzingen dat genetisch- biologische factoren een sleutelrol spelen. Met name een tekort aan of onbalans in de aanwezigheid van twee neurotransmitters in de motorische cortex en in de prefrontale cortex van de hersenen, is kenmerkend. Bij mensen met AD(H)D leidt deze afwijking in de neurotransmitters dopamine en noradrenaline tot aandachtproblemen, (hyperactiviteit in het hoofd) en impulsief gedrag. Een tekort aan dopamine zorgt voor minder focus en motivatie, een tekort aan noradrenaline zorgt voor lusteloosheid, minder alertheid en motivatie.

AD(H)D wordt in verband gebracht met een verstoring in de communicatie tussen hersencellen, wat resulteert in een tekort aan of disbalans van de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Hierdoor worden prikkels die binnenkomen langzamer en minder efficiënt verwerkt dan bij iemand zonder AD(H)D. Iemand met AD(H)D kan daardoor moeite hebben met het maken van onderscheid tussen relevante en niet relevantie informatie. Iedere prikkel is in eerste instantie even (on)belangrijk. Daardoor kan er in het hoofd regelmatig een mist van ongeordende gedachten ontstaan. Dat is dan ook de reden dat het vaak wat langer duurt voordat informatie is verwerkt en waardoor mensen met deze stoornis afwezig of dromerig kunnen lijken.

ADD (subtype AD(H)D)

Bij mensen met ADD en of de combinatie van ADD en ADHD, zijn het hyperactief en impulsieve gedrag in mindere mate zichtbaar dan bij mensen met alleen ADHD, of bij alleen ADD soms geheel afwezig. Het komt vaak voor dat kinderen met ADHD, naarmate ze ouder worden, minder hyperactief en impulsief gedrag vertonen. Gezegd moet worden dat ADD een net even andere aandoening is dan ADHD. 

Nogmaals: ADD wordt in de DSM V niet meer apart vermeld, terwijl dit m.i. wel terecht zou zijn. ADD valt in de DSM V onder de noemer AD(H)D, omdat de medicatie anders niet vergoed wordt.

Medicatie

Het is belangrijk te weten wat medicatie wél en niet doet. Medicatie gebruiken is net als je bril opzetten wanneer je bijziend bent. Het stelt je in staat om beter te kunnen functioneren. Alleen ga je met een bril op, je niet vanzelf anders gedragen, een verslag schrijven of zelfs maar op tijd uit je bed komen ’s morgens. Wanneer je niet hebt leren lezen, dan kun je dit ook niet met een bril op. De bril stelt je ogen in staat om, wanneer je dit wilt, kunt leren lezen, zonder bril lukt dit sowieso niet als je bijziend bent! Of je je je bril opzet, je ogen opendoet, hoe je dit doet en waarnaar je kijkt, wordt door jou bepaald. Zo werkt dit ook bij medicatie. Het zorgt ervoor dat er een stofje vrijkomt in je hersenen, waardoor je gemotiveerd wordt om te kunnen doen wat nodig is, om beter te functioneren. AD(H)D medicatie verandert niet je gedrag, daarvoor is specialistische AD(H)D begeleiding nodig. Begeleiding zonder medicatie beklijft niet, omdat mensen met AD(H)D dan al heel snel de motivatie en concentratie kwijtraken en het aangebodene naar de achtergrond verdwijnt. 

Medicatie zorgt ervoor dat de stofjes dopamine en noradrenaline (neurotransmitters) vrij kunnen komen, waardoor je zenuwstelsel in staat wordt gesteld om boodschappen beter door te sturen. Hierdoor kun je: Alerter zijn, je beter focussen, meer motivatie en minder lusteloosheid voelen. Zodoende zorgt medicatie ervoor dat je je capaciteiten en kennis beter kunt gebruiken. Medicatie geeft je géén vaardigheden om iets te doen, daarvoor is specialistische AD(H)D begeleiding (in de vorm van coaching/ counselling/ therapie) absoluut noodzakelijk.

Geen medicatie bij AD(H)D kan veel meer schade doen, zowel emotioneel als sociaal, dan wat voor mogelijke bijwerkingen van medicatie dan ook. Helaas dringt dit nog niet door bij het grote publiek en bepaalde media helpen hier vaak niet bij. AD(H)D medicatie is één van de meest wereldwijd onderzochte middelen! Alleen bij oneigenlijk gebruik, zoals bijvoorbeeld door jongeren zónder AD(H)D of bij geen goede begeleiding door een daartoe bevoegde in AD(H)D gespecialiseerde arts kunnen er, net als bij andere medicijnen, risico’s aan verbonden zijn. Het is jammer en een misvatting dat deze middelen door sommige mensen worden gezien als drugs. Bij mensen met AD(H)D vullen ze juist tekorten aan.

Wanneer medicatie op de juiste manier wordt gebruikt en gemonitord door een arts, in combinatie met gespecialiseerde begeleiding m.b.t. het AD(H)D- gedrag, ervaren cliënten met AD(H)D een toename aan motivatie, concentratie, controle, rust en een verbetering in de sociale interactie. Zij voelen zich helderder in het hoofd en hebben geen overstroom meer aan gedachten. Er is ook minder chaos in handelingen, meer overzicht in planning, meer aandacht voor de (emoties van de) partner en zaken die voorheen niet gedaan werden (of half), komen nu wel af. Ook zeggen ze, veel beter in staat te zijn om met stress en rusteloosheid om te gaan, met minder frustratie. Het lijkt of er meer zin ontstaat om structuur in het leven aan te brengen. Er wordt meer geluisterd en er worden minder dingen vergeten. Wat ook als prettig ervaren wordt, is dat er minder vaak ruzies en conflicten zijn. Vaak hoor ik cliënten zeggen, spijt te hebben dat ze niet eerder aan medicatie zijn begonnen. Deze medicatie geneest niet, d.w.z. dat zodra je stopt met het innemen van de medicatie, het effect ook weg is.

RSD (Rejection Sensitive Dysphoria) als kenmerk bij AD(H)D

Oftewel 'afwijzingsgevoeligheid' is een intense emotionele reactie op vermeende of werkelijke afwijzing of kritiek, wat leidt tot gevoelens van intense pijn en somberheid. Het is geen officieel kenmerk van AD(H)D en wordt dan ook niet altijd als zodanig herkend. Het is een veelvoorkomend kenmerk bij verschillende stoornissen, zoals bij o.a. AD(H)D en autisme, waarbij de angst voor afwijzing zo sterk kan zijn dat deze het dagelijks functioneren kan bemoeilijken. Bij RSD ervaart men een enorme emotionele pijn en een groot gevoel van afwijzing. De mate van emotionele verslagenheid staat niet in verhouding tot hetgeen er daadwerkelijk gebeurt.

Kenmerken RSD

Vermijding: Het vermijden van sociale situaties of activiteiten uit angst voor afwijzing. 
Zelfkritiek: Sterke (interne) zelfkritiek naar aanleiding van een (vermeende) mislukking. 
Overweldigende gevoelens: Kan leiden tot fysieke spanning, pijn en het herbeleven van eerdere afwijzingen. 
Intense emotionele reacties: Snelle, overweldigende reacties op kritiek of afwijzing. 
Overgevoeligheid: Gevoel van afwijzing kan ook aanwezig zijn wanneer er feitelijk geen sprake is van afwijzing. 

Signalen waaraan je RSD kunt herkennen:  

  • Laag zelfbeeld en zelfvertrouwen 
  • People-pleasing 
  • Negatieve zelfpraat 
  • Emotionele uitbarstingen en defensiviteit  
  • Sociale angst  
  • Angst om te falen en je comfortzone te verlaten   
  • Bang dat andere mensen je automatisch niet mogen 
  • Situaties vermijden die een mogelijkheid tot afwijzing hebben  

Oorzaak RSD

De meeste oorzaken van RSD gaan terug tot in de kindertijd. Onderzoek heeft uitgewezen dat de relatie van kinderen met hun ouders of verzorgers hun gevoeligheidsniveaus beïnvloedt. Wanneer je als kind verwaarlozing of afwijzing van je ouders hebt ervaren, kun je die gevoeligheid meenemen naar de volwassenheid. Dit heeft dan invloed op hoe je handelt in andere relaties en hoe je uitdagingen interpreteert die je tegenkomt.  

Impact AD(H)D i.c.m. RSD op relaties

RSD kan het dagelijks leven sterk beïnvloeden. In werksituaties kunnen mensen bijvoorbeeld extreem gevoelig reageren op feedback, wat hun functioneren en zelfbeeld ondermijnt. In relaties leidt RSD vaak tot misverstanden, omdat partners moeite hebben om de intensiteit van de emoties te begrijpen.

Wat te doen

Geen enkele universele behandeling zal de gevoeligheid voor afwijzing wegnemen, je kunt wel leren ermee om te gaan, door o.a.:  
Inzicht: Het herkennen van de symptomen is de eerste stap naar begrip. 
Mildheid: Oefen mildheid naar jezelf toe, vooral als je met (vermeende) afwijzing wordt geconfronteerd. 
Coping strategieën: Ontwikkel coping strategieën om beter met de emoties om te gaan, zoals het bespreken van de onderliggende mechanismen en het vinden van manieren om met je behoefte aan waardering om te gaan. 

Enkele manieren om je RSD te controleren en je mentale gezondheid te verbeteren

  • Voeg meer zelfzorg toe aan je routine 
  • Verbeter je emotionele regulatievaardigheden 
  • Verbeter je slaaphygiëne  
  • Vind manieren om met stress om te gaan 
  • Liefdevolle zelfaandacht om er grip op te krijgen, vooral wanneer je moe, overwerkt of gestrest bent. 
  • Zorg dat je voldoende beweegt, slaapt, zorgt voor een juiste routine en gezond eet. Wanneer je fit bent en je hoofd leeg is, is het gemakkelijker om met emoties om te gaan.

AD(H)D- medicatie speelt hier een grote rol bij

Zorg dat je kennis hebt over AD(H)D in combinatie met RSD, zodat je weet wat het effect op jou is. Realiseer je dat je niet op dit enorme gevoel van afwijzing kunt afgaan, omdat jij een onschuldige opmerking op een veel heftiger manier interpreteert.

Zelfontwikkeling, bewustwording van wat AD(H)D is en wat RSD betekent, zijn belangrijk om goed om te kunnen gaan met RSD. 

Bedenk een fijne coping strategie die je altijd in kunt zetten, in alle situaties welke emoties bij je oproepen.

Bijkomende stoornissen (comorbiditeit) bij AD(H)D

AD(H)D is een neurobiologische stoornis waarbij neurotransmitters zoals dopamine en norepinefrine minder goed functioneren, wat invloed heeft op verschillende hersenfuncties en ook op andere lichamelijke systemen. 

AD(H)D gaat bij volwassenen vaak samen met andere psychische en of lichamelijke problemen of aandoeningen. Zeventig procent van de mensen met AD(H)D hebben tevens last van depressieve gevoelens, angst- en dwang- stemmings- stoornissen, emotie-regulatie, gedragsproblemen, verslaving aan alcohol, seks, drugs, overgewicht, chronische slaapproblemen, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen, negatief zelfbeeld, dyslectie, dyscalculie, slaapapneu, droge ogen, hyperacusis, recruitment, misofonie en tinnitus (dit zijn 4 vormen van overgevoelighied voor geluiden), etc. Er wordt onderzoek gedaan naar een mogelijke genetische overlap tussen AD(H)D en astma.

Door concentratieproblemen en de moeite die mensen met ADD hebben met volhouden van taken, kunnen zij meer moeite hebben met het volgen van behandelingen en het innemen van medicatie voor bepaalde lichamelijke aandoeningen. Hier kan AD(H)D medicatie bij helpen, zodat het stofje dopamine vrijkomt, wat helpt bij het stimuleren van de motivatie.

AD(H)D met depressie

De somberheid, die vaak bij een depressie past, wordt vaak gezien als een oorzaak vanwege de talloze mislukkingen die men in het leven heeft moeten doorstaan. De depressie wordt dan niet apart behandeld, dit wordt meegenomen in de begeleiding. Dit kan bijvoorbeeld door inzichtgevende gesprekken, ook bestaan er vormen van medicatie die goed zijn te combineren met AD(H)D en een depressie.

AD(H)D met angst- en dwangstoornissen

Vaak heeft dit te maken met faalangst of het gevolg van een opeenstapeling van mislukkingen. Dit vraagt om onderzocht te worden, want wanneer er echt sprake is van een angststoornis dan heeft het de voorkeur om deze eerst te behandelen. Dwangmatigheid of perfectionisme kan een reden zijn om innerlijke chaos te compenseren. Wanneer met medicatie de innerlijke chaos kan worden gereduceerd dan verdwijnt ook de behoefte van dwangmatigheid en/ of perfectionisme. Wanneer er echt sprake is van een onafhankelijke dwangstoornis dan dient deze ook eerst te worden behandeld.

AD(H)D met een persoonlijkheidsstoornis

Bij een aantal volwassenen met AD(H)D is in een eerder stadium een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld. Een persoonlijkheidsstoornis als borderline heeft veel kenmerken die je ook bij iemand met AD(H)D treft. Ondanks dat deze diagnose samen kan vallen met AD(H)D, kunnen er toch kleine en specifieke verschillen zijn die een op zichzelf staande diagnose AD(H)D kan rechtvaardigen.

AD(H)D met autisme of PDD-NOS

Steeds vaker wordt AD(H)D gezien als een onderdeel van het autistiform spectrum. Autistiform gedrag is geen autisme; het is op autisme gelijkend gedrag. Waar, bij personen met autisme de volledige triade aan kenmerken aanwezig is, doet zich bij mensen met autistiform gedrag slechts een enkel kenmerk van autisme voor. De overeenkomst ontstaat omdat beiden in veel gevallen problemen ondervinden bij het aangaan van sociale contacten. Het verschil is dat er bij iemand met autisme of PDD-NOS de aanleg ontbreekt voor sociale vaardigheden of sociale wederkerigheid.

AD(H)D en verslaving

Mensen met AD(H)D hebben meer aanleg om verslaafd te raken aan bijvoorbeeld stimulerende, verdovende of kalmerende middelen, alsook computer- en sex- verslaving komen vaker bij mensen met AD(H)D voor. De exacte oorzaak is niet helemaal duidelijk, wel leidt in de meeste gevallen het gebruik van middelen tot een reductie van de symptomen. Dit vergroot de kans op verslaving, waardoor de problemen groter worden. In veel gevallen leidt een verslaving uiteindelijk tot een verergering van de symptomen. Een geslaagde behandeling voor AD(H)D kan de verslavingsgevoeligheid doen afnemen. Belangrijk is dan wel dat men bereid is om te stoppen met het gebruik van deze middelen. Ook een tweesporen beleid waarbij aan de ene kant de verslaving wordt behandeld en aan de andere kant begeleiding bij de AD(H)D. Medicatie zoals Ritalin wordt vaak gezien als een surrogaatdrug die middelen als speed, XTC en cocaïne vervangt. Desondanks blijft dit medicijn de meest gezonde alternatieve vorm tegen een verslaving.

AD(H)D nu vaker?

Het feit dat steeds meer volwassenen met deze diagnose te maken lijken te krijgen, ligt vooral aan de toegenomen kennis, de behandelmogelijkheden en de ontwikkelingen binnen onze maatschappij. Er zijn steeds meer prikkels. Zo is er steeds meer geluid in onze omgeving (verkeer, televisie, video, computer, mobiel, iPad, etc.), zijn er meer indrukken en neemt onze algemene ‘levenssnelheid’ steeds verder toe. De verwachtingen die men aan zichzelf stelt (of die anderen stellen), worden steeds hoger. Je moet meekomen, bijblijven en jezelf ontwikkelen. Doordat de figuurlijke lat veel te hoog ligt, komen steeds meer mensen thuis, op school of op het werk in de problemen. Wanneer men het echt niet zelf kan redden en ook de omgeving weet geen raad meer, dan wordt er in de meeste gevallen een beroep gedaan op de medische of geestelijke hulpverlening. De kans is dan aanwezig dat een hulpverlener ADD vaststelt en de persoon doorverwijst voor verder onderzoek.

Er zijn mensen die AD(H)D een modeziekte of verschijnsel noemen. Het is geen nieuwe ‘ziekte of stoornis’, het is een stoornis die we vroeger vaak anders benoemden. Zo werd dit onder andere ‘Minimal Brain Damage’ genoemd. Men nam dan aan dat een kleine hersenbeschadiging de oorzaak was van het ‘niet-gangbare’ gedrag. Ook dachten veel mensen dat het een gedragsstoornis was waardoor men zich bijvoorbeeld ‘raar’ of asociaal gedroeg. Er werd toen niet gekeken naar mogelijke biologische oorzaken. Nu weet men dat dit wel het geval is, vooral door jarenlang Amerikaans onderzoek. Doordat de bekendheid van deze stoornis door de jaren heen is gegroeid en er meer kennis, inzake de beelden en uitingen van deze stoornis is (door onderzoek en praktijkervaringen), wordt deze minder snel verward met andere stoornissen en of afwijkingen en kan AD(H)D sneller worden gediagnosticeerd. 

LET OP

CoachCounsellor begeleidt alléén mensen met AD(H)D waarbij de diagnose is gesteld door een psychiater, arts of een in ADD gespecialiseerd psycholoog of instituut. Mensen met een vermoeden van AD(H)D wordt geadviseerd, alvorens zich aan te melden voor begeleiding door CoachCounsellor, zich eerst te laten diagnosticeren. Verder hanteert CoachCounsellor als voorwaarde voor begeleiding dat medicatie wordt gebruikt, welke is voorgeschreven en wordt gemonitord door een arts. Dit omdat, uit onderzoek en ervaring met mijn (AD(H)D) cliënten, is gebleken dat begeleiding zonder medicatie, net als medicatie zonder begeleiding, niet het gewenste resultaat geeft. (AD(H)D-)gedrag verandert niet door een pilletje! Wel helpt medicatie om AD(H)D-gedrag duurzaam aan te kunnen pakken zodat degene met AD(H)D beter kan functioneren en ook de omgeving hier baat bij heeft.

IK KWAM, ZAG EN VERGAT WAT IK VAN PLAN WAS